LEA EN RED-S: de stille impact van energietekort in sport
Je traint hard, bent supergemotiveerd… en toch boek je geen vooruitgang. Herkenbaar? Soms ligt dat niet aan je schema, maar aan iets minder zichtbaars: je eet te weinig voor wat je lichaam moet doen. LEA en RED-S worden vaak pas laat herkend. In dit artikel ontdek je wat het is en op welke signalen je moet letten.
Hoe ontstaat LEA?
Da’s niet alleen ‘te weinig eten’. Meestal is het een mix van:
- Plots meer of zwaarder trainen
- Groei (bij jongeren)
- Stress, ziekte of een drukke agenda
- Te weinig herstel
- Druk rond gewicht of lichaam
Onbewuste en bewuste LEA
- Onbewuste LEA
Je eet te weinig zonder het te beseffen. Bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis, onderschatting van je energieverbruik of een drukke planning.
- Bewuste LEA
Je beperkt je energie-inname bewust. Bijvoorbeeld door druk rond gewicht of lichaam, prestatiedoelen, sociale vergelijking of angst om bij te komen.
Soms gaat dat samen met verstoord eetgedrag of een eetstoornis.
Waarom is LEA zo verraderlijk?
Omdat je vaak blijft functioneren. Je traint nog. Je presteert nog.
Maar ondertussen gaat je lichaam al in ‘spaarstand’.
LEA draait niet alleen om gewicht of eten. Het gaat om de balans tussen:
- Energie-inname
- Training
- Herstel
- Lichaamsfuncties
Het sportbord
Wil je onbewuste LEA vermijden? Laat voeding meegroeien met je training.
Een eenvoudig hulpmiddel: het sportbord.
Door je bord visueel te verdelen, zie je sneller wat je lichaam nodig heeft.
- Normale trainingsdag: ½ groenten, ¼ koolhydraten, ¼ eiwitten
- Zware trainingsdag: ¼ groenten, ½ koolhydraten, ¼ eiwitten
- Herstel na zware training: ⅓ groenten, ⅓ koolhydraten, ⅓ eiwitten
Het sportbord is een hulpmiddel, geen exacte berekening. Train je vaker, heb je een groeispurt of herstel je van een blessure? Dan heb je vaak extra nodig.
En bij twijfel? Klop aan bij een sportdiëtist.
Wie loop risico?
Eigenlijk: elke sporter. Niet alleen topsporters. Niet alleen bepaalde lichaamstypes.
Iedereen die traint, heeft meer energie nodig. En als je dat niet volgt, is er een risico op LEA.
Het risico is wel hoger in sporten waar veel focus ligt op:
- Gewicht en gewichtsklassen
- Uiterlijk
- Vetpercentage
- Uithouding, sprong- of klimvermogen
Denk aan duursporten, gymnastiek, dans, gevechtssporten, wielrennen, atletiek, roeien en klimmen.
Maar: het kan in elke sport voorkomen.
De cijfers over RED-S lopen sterk uiteen: van 15% en 80% bij topsporters.
Waarom zo’n verschil?
- Verschillen tussen sporten en niveaus
- Andere definities en meetmethodes
- Soms wordt LEA gemeten, soms RED-S
Wat dat vooral zegt? Het probleem komt relatief vaak voor. In heel wat sportcontexten.
