Eetproblemen & sport

Eetproblemen & sport

Sporters zijn vaak bezig met hun lichaam en gewicht. Omdat ze veel energie verbruiken, vraagt voeding extra aandacht. Maar soms gaat het mis. Eetgedrag kan verstoord raken. Eetproblemen komen best vaak voor in sport. En soms groeien ze uit tot een eetstoornis. 

Het continuüm van eetgedrag

We kunnen eetgedrag voorstellen op een lijn:

Op onze themapagina over eetcompetentie vind je meer info over normaal eetgedrag.

Haperend eetgedrag komt wel vaker voor. Even minder gevarieerd eten. Een maaltijd overslaan. Experimenteren met gezonder eten. Dat hoort vaak bij de ontwikkeling.

Wanneer spreken we van een eetprobleem?

Bij een aanhoudende verstoring van het eetgedrag. Eten voelt niet meer vanzelfsprekend en ontspannen. Een eetprobleem kan op zichzelf voorkomen. Of deel zijn van een eetstoornis.

Binnen sport komen ook eetproblemen zoals LEA (Low Energy Availability) en RED-S (relative energy deficiency in sport) regelmatig voor.

Wanneer spreken we van een eetstoornis?

Als het verder gaat dan verstoord eetgedrag. Ook:

  • Een verstoord lichaamsbeeld
    Zoals een sterke focus op gewicht en lichaamsvorm
  • Psychosociale problemen
    Zoals sociale isolatie of een laag zelfwaardegevoel
  • Fysieke problemen
    Zoals een te laag of te hoog lichaamsgewicht of spijsverteringsproblemen

De link met sport

Tijdens een sportcarrière verandert je relatie met eten, je lichaam en prestaties. Dat is normaal.

Maar gaan sporters bewust restrictief eten of hun gewicht sturen? Dan kan dat uiteindelijk leiden tot verstoord eetgedrag.

1. Risicofactoren binnen sport

  • Sterke focus op voeding, gewicht en uiterlijk 
  • Gewicht als prestatiefactor
  • Prestatiedruk en faalangst
  • Gewichtsklassen en snelle gewichtsverandering
  • Weeg- en meetbeleid binnen een sportclub
  • Gebrek aan kennis over voldoende en aangepaste voeding

2. Sporttakken met meer risico

Volgens internationale cijfers hebben sommige disciplines meer risico op verstoord eetgedrag:

Esthetische sporten, omdat uiterlijk en vorm zo belangrijk zijn in de beoordeling. Voorbeelden: gymnastiek, synchroonzwemmen, schoonspringen, kunstschaatsen.

Sporten met gewichtsklassen of gewichtsimpact, omdat lichaamsgewicht een directe rol speelt in de competitie. Voorbeelden: judo, worstelen, schansspringen.

Duur- of uithoudingssporten, omdat een laag lichaamsgewicht prestatievoordeel kan opleveren. Voorbeelden: langeafstandslopen, triatlon, wielrennen.

Preventie

Voeding is brandstof. Dat is extra belangrijk voor sporters. Je lichaam heeft het nodig om gezond te blijven, te trainen, te herstellen en goed te presteren.

Preventie start bij eetvaardigheden, ook wel eetcompetentie genoemd. Dat betekent:

  • Eten afstemmen op je trainingsbelasting
  • Luisteren naar honger en verzadiging
  • Maaltijden goed plannen in functie van je sport

Signalen

Als je de signalen van verstoord eetgedrag op tijd ziet, kan je verdere problemen vaak voorkomen.

  • Lichamelijke signalen

    Gewichtsafname of -toename, droge huid, haaruitval en duizeligheid.

    Eetproblemen en -stoornissen zijn niet altijd zichtbaar aan iemands gewicht of uiterlijk!

  • Psychologische signalen

    Veranderingen in gedachten, gevoelens of houding.

    Zoals een sterke angst om bij te komen, veel bezig zijn met eten of gewicht, een negatief lichaamsbeeld.

  • Gedragssignalen

    Veranderingen in eet- én beweeggedrag.

    Sporters gaan bijvoorbeeld harder trainen, terwijl ze minder eten of onvoldoende herstellen.

  • Signalen bij groeiende sporters

    Trage groei of late puberteit, weinig energie, coördinatieverlies, angst voor extraatjes zoals tractaties, te weinig drinken, ...

    Let op bij jonge sporters dat ze voldoende voedingsstoffen hebben om te ontwikkelen én te sporten.

Meer weten over specifieke signalen die je kan herkennen bij een sporter? Neem een kijkje op de infofiche van Eetexpert.

Maak contact bij signalen

Merk je signalen die kunnen wijzen op verstoord eetgedrag, een eetprobleem of een eetstoornis? Blijf er niet alleen mee zitten.

2. Als coach

Ga in gesprek met je sporter. Hoe gaat het op fysiek, mentaal en sportief vlak?

Enkele aandachtspunten voor je gesprek:

  • Zorg voor een veilige omgeving, met voldoende aandacht voor privacy
  • Voorzie voldoende tijd
  • Benoem wat je opmerkt en uit je bezorgdheid in neutrale taal
  • Gebruik vooral ik-boodschappen, zoals: “Ik merk dat...” of “Ik maak me zorgen omdat...”

Deel je zorgen eventueel met het omkaderende basisteam. Natuurlijk altijd met respect voor privacy en in samenspraak met de sporter.

Doorverwijzen

Vermoed je een eetprobleem of eetstoornis? Of geeft je sporter het zelf aan? Dan is het belangrijk om gepaste hulp in te schakelen.

Verwijs de sporter bij voorkeur door naar gespecialiseerde zorg buiten de sportcontext.

Doorverwijzen betekent niet loslaten! Zorg voor een zorgvuldige inschatting, warme overdracht en verdere opvolging binnen de sport.

Voor ondersteuning kan je terecht bij de verwijslijn van Eetexpert. Je vindt er een overzicht van ervaren hulpverleners die vertrouwd zijn met eet- en gewichtsproblemen bij sporters.

Deze pagina kwam tot stand in samenwerking met:

Vragen over dit thema?

Nathan D'Hoore

Kennis en ondersteuning fysiek welzijn
nathan@sportieq.be
09 496 05 98

Meer lezen? Check onze wiki's

  1. LEA EN RED-S: de stille impact van energietekort in sport

    Je traint hard, bent supergemotiveerd… en toch boek je geen vooruitgang. Herkenbaar? Soms ligt dat niet aan je schema, maar aan iets minder zichtbaars: je eet te weinig voor wat je lichaam moet doen. LEA en RED-S worden vaak pas laat herkend. In dit artikel ontdek je wat het is en op welke signalen je moet letten.

    Lees meer