CGM in topsport: handige tool of overschatte graadmeter?

CGM in topsport: handige tool of overschatte graadmeter?

Continue glucosemonitoring (CGM) heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen in de sportwereld. Wat begon als technologie voor mensen met diabetes, werd al snel opgepikt door duursporters en coaches die hoopten op een ‘gamechanger’ voor prestaties en voeding. Maar de grote vraag blijft: heeft het echt nut bij topsporters zonder diabetes? Op basis van het onderzoek en de analyse van Simon Helleputte (postdoctoraal onderzoeker inspanningsfysiologie) is het antwoord voorlopig eerder kritisch.

Wat is CGM?

Continue glucosemonitoring (CGM) is een draagbare technologie die oorspronkelijk ontwikkeld werd voor mensen met diabetes om hun bloedsuiker beter op te volgen.

Het werkt met een kleine sensor die onder je huid meet (meestal op je arm of buik). Die metingen worden automatisch doorgestuurd naar een app of toestel, zodat je doorheen de dag een beeld krijgt van hoe je suikerspiegel evolueert.

De laatste jaren is er ook interesse voor CGM bij gezonde mensen zonder diabetes, waaronder ook topsporters.

Wat meet CGM eigenlijk (en wat niet)?

Een CGM-sensor meet continu de glucosewaarden (suikerspiegel) in je lichaam. Niet rechtstreeks in je bloed, maar in het vocht tussen je cellen.

Bloedglucose is niet de belangrijkste brandstof voor onze spieren

Tijdens inspanning komt de belangrijkste energie voor spieren niet uit bloedglucose, maar uit:

  • Spierglycogeen (de grootste opslagplaats van koolhydraten)
  • Vetten (zowel in het vetweefsel als in de spieren opgeslagen)
  • En in mindere mate ook lactaat en andere substraten

Dat betekent: je kan een perfecte glucosewaarde hebben, terwijl je spierenergie al bijna uitgeput is. Of omgekeerd.

Vertraging in meting

CGM meet je bloedsuiker niet rechtstreeks in je bloed, maar via het vocht tussen je cellen. Daardoor zit er altijd een kleine vertraging op de meting.

In rust is dat meestal geen probleem. Je suikerspiegel blijft dan vrij stabiel, waardoor die kleine vertraging weinig relevante impact heeft.

Maar tijdens het sporten verandert er veel en snel. Dan wordt die vertraging groter en belangrijker.

Het gevolg? CGM kan achterlopen op de realiteit. Wat je ziet, is dus niet altijd een perfecte weergave van wat er op dat moment in je lichaam gebeurt.

Conclusie: CGM geeft waardevolle info, maar slechts één stukje van een grotere puzzel.

Is CGM nuttig voor sporters zonder diabetes?

Een populaire gedachte is dat CGM kan helpen om te bepalen:

  • Wanneer je moet eten
  • Hoeveel je moet eten
  • Of je 'in de problemen komt' met energie

Maar daar is momenteel geen sterke wetenschappelijke basis voor.

Kan een CGM-sensor jou vertellen wanneer en hoeveel je moet eten?

CGM klinkt misschien als een handige tool om te bepalen wanneer en hoeveel je moet eten tijdens het sporten. Maar in de praktijk werkt dat niet zo.

Want je bloedsuiker zegt niet hoeveel energie je echt nog hebt. Zoals we hierboven al zagen, zie je de belangrijkste koolhydraat-brandstof voor je spieren (glycogeen) niet op een CGM.

Bovendien baseren topsporters (zonder diabetes) hun voedingsstrategie niet op glucosewaarden, maar op andere fysiologische redenen..

En misschien nog belangrijker: zelfs als je op CGM zou zien dat je 'te weinig brandstof' hebt, ben je vaak al te laat.

Met andere woorden: CGM is geen betrouwbare gids om te bepalen wanneer je moet eten tijdens inspanning.

Kan een CGM-sensor lage glucosespiegels tijdens langdurig sporten voorspellen en zo energiedips voorkomen?

Het idee dat CGM bonking of plotse energiedips kan voorspellen klinkt misschien aanvaardbaar of logisch, maar in de praktijk ligt het complexer:

  • Hypoglycemie (een te lage suikerspiegel) komt zelden voor bij goed gevoede atleten zonder diabetes
  • Bonking is niet altijd gelinkt aan glucoseconcentraties (denk aan hitte, maagproblemen of lege glycogeenvoorraden)

Kan CGM rebound hypoglycemie detecteren en helpen bij de timing van de koolhydraatinname van een atleet voor de inspanning?

Rebound hypoglycemie doet zich voor als glucose kort daalt vlak na de start van de inspanning. Dat heeft vaak te maken met de timing van koolhydraatinname door de atleet vooraf en een insuline-reactie daarop.

Bij sommige atleten kan dit leiden tot:

  • Een tijdelijke dip in glucose
  • Soms: gevoelens van zwakte of verminderde startkwaliteit bij de sport

CGM kan in sommige gevallen helpen om dit soort patronen zichtbaar te maken. Maar het is belangrijk om het in de juiste context te plaatsen: CGM is geen beslissingsinstrument op zich.

De ervaring en eventuele symptomen van de atleet blijven minstens even belangrijk als de cijfers op het scherm.

Kan je op basis van CGM advies geven aan atleten rond hun voedingsinname buiten de sport?

Er bestaan heel wat risico's op verkeerde interpretatie, ongerustheid en ongewenste acties op basis van CGM-bevindingen

CGM kan makkelijk leiden tot:

  • Overmatige focus op 'stabiele glucose'
  • Onnodig vermijden van normale glucosepieken na eten
  • Te rigide voedingskeuzes
  • Angst rond voeding en herstel

Belangrijk om te onthouden: glucosepieken na een maaltijd zijn normaal. En koolhydraten zijn essentieel voor herstel en glycogeenvorming.

Te veel sturen op CGM-data kan dus zelfs contraproductief zijn voor herstel en prestaties.

De belangrijkste conclusies

Wat is dan de echte waarde van CGM?

Als we alles samenleggen, dan is CGM niet waardeloos, maar ook geen 'prestatie-tool'.

De meest realistische rol vandaag is:

  • Inzicht geven in individuele reacties op voeding en training
  • Mogelijke patronen detecteren bij specifieke gevoeligheden, zoals rebound hypoglycemie

Maar niet:

  • Als leidraad voor fueling-strategieën
  • Als prestatie-indicator
  • Als absolute voedingsgids

Eenvoudiger gezegd: CGM kan iets vertellen over glucose, maar topsport draait om veel meer dan glucose alleen.

Prestatie is altijd het resultaat van een samenspel en nooit van één enkele graadmeter. En precies daarom blijft een kritische, fysiologische blik zo belangrijk.

Lees het uitgebreide artikel

 

 

 


In onze blogs geven we experten de ruimte om hun eigen inzichten en ervaringen te delen. Deze bijdragen weerspiegelen niet automatisch het standpunt van Sportieq.

Bronnen

Deze blog is gebaseerd op de volgende paper die recent werd gepubliceerd:

Helleputte, S., T. Podlogar and JM. Gonzalez. Application potential of continuous glucose monitoring (CGM) in elite endurance athletes without diabetes: What do physiology and current evidence tell us? Performance Nutrition. 2025.

Lees de paper

Simon Helleputte (PhD) is doctor in de Revalidatiewetenschappen (UGent, 2023) met expertise in inspanningsfysiologie en koolhydraatmetabolisme. Zijn meest recente onderzoek focuste onder andere op de toepassing van continue glucosemonitoring (CGM) bij elite sporters. Hij is auteur van het boek 'Empowered: The Science of Exercise with Type 1 Diabetes' (2025) en werkt momenteel als postdoctoraal onderzoeker in inspanningsfysiologie, metabolisme en type 1 diabetes. Daarnaast is Simon ook performance coach binnen zijn eigen bedrijfje 'Simon Endurance Lab', waar hij duursporters begeleidt met een wetenschappelijk onderbouwde aanpak rond training, testing en voeding. Simon is zelf gepassioneerd wielrenner.

Naar overzicht

Ook interessant